pullover

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pull·over
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gebreid kledingstuk dat over het hoofd moet worden aangetrokken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1931 [1]
  • Leenwoord van het Engelse woord pullover.
enkelvoud meervoud
naamwoord pullover pullovers
verkleinwoord pullovertje pullovertjes

Zelfstandig naamwoord

pullover m

  1. (kleding) een herentrui die over een overhemd gedragen wordt
    • Heb jij vaak een pullover aan? 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
pullover pullovers

Zelfstandig naamwoord

pullover

  1. (kleding) pullover.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • pull·over
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Engelse woord pullover.

Zelfstandig naamwoord

pullover m

  1. (kleding) een gebreid bovendeel met of zonder mouwen.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   pullover     pulloveren     pullovere     pulloverne  
genitief   pullovers     pulloverens     pulloveres     pullovernes  
Hyperoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • pull·over
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Engelse woord pullover.

Zelfstandig naamwoord

pullover m

  1. (kleding) een gebreid bovendeel met of zonder mouwen.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   pullover     pulloveren     pulloverar     pulloverane  
genitief                
Hyperoniemen