pannenkoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Een pannenkoek.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pan·nen·koek
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘in pan gebakken plat deegproduct’ voor het eerst aangetroffen in 1280 [1]
  • samenstelling van  pan   en  koek   met het invoegsel -en- en regel 2.B[2].
enkelvoud meervoud
naamwoord pannenkoek pannenkoeken
verkleinwoord pannenkoekje pannenkoekjes

Zelfstandig naamwoord

pannenkoek m

  1. (voeding) een platte, ronde koek die in een pan gebakken is
    • Veel mensen vinden pannenkoeken heerlijk. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. [1] Taalunieversum » leidraad » verdubbeling van medeklinkers