mee

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee
Woordherkomst en -opbouw
  • Samentrekking van mede -> me(de) -> mee.
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     mee  
 persoonlijk     ermee  
aanwijz.   nabij     hiermee  
  veraf     daarmee  
  vragend/betrekk.     waarmee  

Bijwoord

mee

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
    Hij voer enige tijd met hen mee.
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord van het voorzetsel met
    Hij heeft er weinig mee weten te bereiken.
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord mee -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mee v/m

  1. (drinken) licht alcoholische drank vervaardigd van honing
  2. (plantkunde) Rubia tinctorum Wikispecies-logo-en.png een plant waarvan de wortel een rode kleurstof bevat
Synoniemen
Vertalingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
mear

mee

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mear
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mear
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mear