religieus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·li·gi·eus
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen religieus religieuzer religieust
verbogen religieuze religieuzere religieuste
partitief religieus religieuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

religieus

  1. te maken hebbend met religie
    • De paus is een religieuze leider. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen