omgeving

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ge·ving
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord omgeving omgevingen
verkleinwoord omgevinkje omgevinkjes

Zelfstandig naamwoord

omgeving v

  1. de nabijheid
    • Wij bevinden ons in de omgeving van Amstelveen. 
  2. een personenkring waarin iemand zich bevindt
    • Ik bevind me in een vertrouwde omgeving. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen