zigeuner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zi·geu·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zigeuner zigeuners
verkleinwoord zigeunertje zigeunertjes

Zelfstandig naamwoord

zigeuner m

  1. iemand die behoort tot de Sinti of Roma
    • De benaming "zigeuner" wordt door de betrokkenen vaak als beledigend ervaren. 
  2. iemand die ervoor kiest een zwervend bestaan te leiden
    • Zijn leventje als zigeuner kwam ten einde en hij begon serieus aan zijn carriere te denken. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen