Naar inhoud springen

ouderschap

Uit WikiWoordenboek
  • ou·der·schap
  • Afgeleid van het zelfstandig naamwoord ouder met het achtervoegsel -schap.
enkelvoud meervoud
naamwoord ouderschap ouderschappen
verkleinwoord - -

hetouderschapo

  1. alles wat met het vader of moeder zijn te maken heeft
    • In het Burgerlijk Wetboek (BW) staat het juridische ouderschap centraal.[1] 
     Maar gaat het zo niet altijd, dat je denkt te weten waar je aan begint, om vervolgens verrast te worden door de discrepantie tussen concept en uitwerking, tussen idee en realiteit? En is ervaring ook niet, vaak, een vereiste voor reflectie, kun je je van sommige zaken misschien pas afvragen wat ze betekenen wanneer je er al middenin zit - en er geen weg terug is bovendien? Over het ouderschap zijn boekenkasten volgeschreven - van sprookjesboeken, romans en memoires tot polemieken en essaybundels.[2]
     De meeste bespiegelingen op het ouderschap gaan over de verwondering en overrompeling die een eerste kind veroorzaakt.[2]
     Van het ene moment op het andere ben je de wereld van het ouderschap binnengevallen, en eenmaal daar kun je nooit meer terug.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. rijksoverheid.nl
  2. 1 2 3
    Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be