schoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een veterschoen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schoen
enkelvoud meervoud
naamwoord schoen schoenen
verkleinwoord schoentje schoentjes

Zelfstandig naamwoord

schoen m

  1. (schoeisel) bekleedsel om de voet warm te houden en te beschermen
    met sinterklaas mogen de kinderen in het weekend hun schoen bij de schoorsteen zetten
  2. iets dat min of meer op een schoen lijkt bijv. een remschoen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie