dégénéré
Uiterlijk
- dé·gé·né·ré
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dégénéré | dégénérés |
| verkleinwoord | dégénéreetje | dégénéreetjes |
de dégénéré m
- gedegenereerd persoon
- mannelijke vorm van dégénérée
- Het woord dégénéré staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dégénéré" herkend door:
| 48 % | van de Nederlanders; |
| 45 % | van de Vlamingen.[1] |
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | dégénéré | dégénérés |
| vrouwelijk | dégénérée | dégénérées |
dégénéré
dégénéré
- voltooid deelwoord (participe passé) van dégénérer
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 48 %
- Prevalentie Vlaanderen 45 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans
- Spreektaal in het Frans
- Deelwoord in het Frans