Naar inhoud springen

productie

Uit WikiWoordenboek
  • pro·duc·tie
1,2 enkelvoud meervoud
naamwoord productie -
verkleinwoord - -
3 enkelvoud meervoud
naamwoord productie producties
verkleinwoord productietje productietjes

deproductiev

  1. (medisch) voortbrenging, gewoonlijk langs biochemische weg
    • Overmatige productie van maagsappen kan tot slokdarmproblemen leiden. 
  2. (economie) de vervaardiging van goederen
    • De productie van hoogwaardige materialen was sterk toegenomen. 
     Bij de productie van dit boek is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.[1]
  3. het ontstaan van iets
     ' Overigens lijkt er een verband te bestaan tussen onderlinge wisselwerkingen van sterrenstelsels en de productie van niet-thermische radiostraling.[2]
  4. (media) een film, documentaire, serie, show etc. die vertoonbaar gemaakt is
    • Deze filmmaatschappij kwam dit jaar met vier verschillende producties op de markt. 
    • Mijn achtste productie in dertien jaar, dat is niet veel, ik had ongetwijfeld harder moeten werken, sneller, effectiever moeten zijn. [3] 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  2. “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  3. Harstad, Johan
    Max, Mischa & Het Tet-offensief 2017 ISBN 9789057598494 pagina 14
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be