trochee

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tro·chee
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trochee trocheeën
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

trochee m

  1. (taalkunde) (letterkunde) een versvoet bestaande uit een beklemtoonde lettergreep gevolgd door een onbeklemtoonde
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

21 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen