aardbei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aardbeien
ijs met aarbeismaak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aard·bei
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1597 [1]
  • samenstelling van aard, (van aarde) en 'bei' (bes) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord aardbei aardbeien
verkleinwoord aardbeitje aardbeitjes

Zelfstandig naamwoord

aardbei v/m

  1. (plantkunde) Fragaria x ananassa op Wikispecies elk der planten die tot het geslacht Fragaria behoren
  2. (fruit) eetbare vrucht van die plant
    • Beschuit met aardbeien is mijn lievelingsontbijt. 
  3. met de smaak van aardbeien
    • Wat voor limonade wilt u? Doe mij maar aardbei. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen