schrijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrij·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Oudnederlands: skrīvan
Germaans: *skrībanan
Latijn: scrībō
  • Verwant in Germaans:
West: Duits: schreiben, Fries: skriuwe (Oudfries: skriva)
Noord: Zweeds/Faeröers: skriva, Deens/Noors: skrive, IJslands: skrifa
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schrijven
/ˈsxrɛivə(n)/
schreef
/sxref/
geschreven
/ɣəˈsxrevə(n)/
klasse 1 volledig

Werkwoord

schrijven

  1. overgankelijk tekst in tekens vastleggen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


enkelvoud meervoud
naamwoord schrijven -
verkleinwoord schrijventje schrijventjes

Zelfstandig naamwoord

schrijven o

  1. een stuk in tekens vastgelegde tekst
    • In mijn schrijven van donderdag jongstleden heb ik het u reeds meegedeeld. 
  2. de handeling van het in tekens vastleggen van tekst
    • De boekdrukkunst gaf het schrijven en het lezen een enorme duw in de rug. [1]
Vertalingen

Verwijzingen