kwartier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Eerste kwartier
Laatste kwartier
Olieverfschilderij van G.H. Breitner "Inkwartiering"

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwar·tier
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verblijfplaats’ voor het eerst aangetroffen in 1546 [1]
  • [1] (verkorting) van "kwartier uurs" [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kwartier kwartieren
verkleinwoord kwartiertje kwartiertjes

Zelfstandig naamwoord

kwartier o

  1. (tijdrekening), (eenheid) een kwart uur
    • Een kwartier bestaat uit 15 minuten. 
     Na een kwartier stopte er een oude gedeukte Toyota met een mollige vrouw voorin, die vroeg waar ik naartoe moest.[3]
  2. (astronomie) één van de twee fasen of schijngestalten van de maan (of een planeet) waarbij het verlichte en het donkere gedeelte even groot zijn, dus bij "halve maan"
    • Bij wassende maan noemt men de "halve-maan-fase" het eerste kwartier, bij afnemende maan is dat het laatste kwartier 
  3. (militair) een tijdelijke onderkomen van militairen
    • De soldaten moesten hun kwartier ijlings verlaten. 
Synoniemen
Meroniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

  • Zie Wikipedia voor meer informatie. (kwart uur)

Meer informatie

  • Zie Wikipedia voor meer informatie. (schijngestalte)

Meer informatie

  • Zie Wikipedia voor meer informatie. (legering)

Verwijzingen


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

kwartier

  1. (tijdrekening)(eenheid) kwartier; een kwart uur


Veluws

Zelfstandig naamwoord

kwartier

  1. (tijdrekening)(eenheid) kwartier; een kwart uur