daar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daar
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van:
Middelnederlands: daer
Oudnederlands: thar
Germaans: *þar
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: there (Angelsaksisch: þær), Duits: da, (Oudhoogduits: dar, da), Fries: der (Oudfries: thēr)
Noord: Zweeds: där, Deens/Noors: der, (Oudnoords: þar), IJslands: þar, Faeröers: har
Oost: Gotisch: þar

Voegwoord

daar

  1. geeft onderschikkend een reden aan
    • Daar hij ziek was, kon hij de vergadering niet voorzitten. 
    • Hij kon de vergadering niet voorzitten daar hij ziek was. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Bijwoord

daar

  1. op een bepaalde plek, op die plek
    • daar woont hij. 
    • Daar bij hun is het altijd een hoop ruzie, maar hier is het altijd gezellig. 
  2. als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt het een aanwijzend voornaamwoord (ver af) dat, die
    • daarboven : daar kun je de bergen boven zien. 
  3. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: daar achterblijvend
  4. daar als een woord zonder betekenis
    • Wat doe je daar nu? 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Daar helpt geen lievemoederen aan.
niets helpt, ook vriendelijke woorden niet
  • Daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees/Spaans bij.
iedereen kan dat begrijpen
  • Daar kan de schoorsteen niet van roken.
men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven
  • Daar kan je gif/vergif op innemen
je kunt er zeker van zijn dat iets zo is of gaat gebeuren
  • Daar zit 'em de knoop.
daar zitten de moeilijkheden/problemen
  • Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt.
ergens helemaal niets voor voelen
  • Ik zet daar geen voet meer in huis
Ik wil hen niet meer bezoeken
  • Laten we het daar maar op houden.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.


Afrikaans

Bijwoord

daar

  1. daar