koelbloedig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koel·bloe·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen koelbloedig koelbloediger koelbloedigst
verbogen koelbloedige koelbloedigere koelbloedigste
partitief koelbloedigs koelbloedigers -

Bijvoeglijk naamwoord

koelbloedig

  1. op een rustige, kalme manier
    • De arts begon koelbloedig de patiënten van het ernstige ongeluk op een kundige wijze te behandelen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.