schuldenlast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schul·den·last
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schuldenlast schuldenlasten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schuldenlast m [1]

  1. de hoeveelheid schulden die iemand of een organisatie heeft
    • Belangrijke oorzaak van het verlies was de torenhoge schuldenlast die het bedrijf tot aanzienlijke rentebetalingen noopte. Ook moest de internationale televisieproducent vele miljoenen afwaarderen op programma’s en goodwill en werden de resultaten negatief beïnvloed door valuta-effecten, schreef de website Management Team in mei vorig jaar. [2] 
    • Begin dit jaar bleek uit het faillissementsverslag van de curator dat de schuldenlast van Avant 800.000 euro was. Eén van die schuldeisers is dus de Belastingdienst. De fiscus vermoedt dat de bestuurders van Avant - in het zicht van het faillissement - ruim 200.000 euro hebben onttrokken aan hun zorginstelling. [3] 
    • Marchionne stond veertien jaar aan de leiding bij Fiat en onder zijn leiding fuseerde het Italiaanse bedrijf met het noodlijdende Amerikaanse Chrysler. Hij loste de schuldenlast van het fusiebedrijf begin dit jaar af. Marchionne zou in april al aftreden als topman. De Brit Mike Manley volgde hem op. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen