Naar inhoud springen

begaan

Uit WikiWoordenboek
  • be·gaan
  • Afgeleid van gaan met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begaan
beging
begaan
klasse 7 volledig

begaan

  1. overgankelijk iets doen dat onjuist of verboden is
     Wie weet heb ik de blunder begaan me tot een oersaaie figuur te ontwikkelen, in haar ogen dan.[1]
    • Hij beging daarmee een grote vergissing. 
     De blik in de ogen van Heleen was die van een waanzinnige die op het punt staat een gruweldaad te begaan.[2]
  2. overgankelijk een plaats betreden
    • Je begaat daarmee wel glad ijs. 
  • [1] laten begaan
    niet hinderen of stoppen
 We moesten de drukken vrouw maar laten begaan, want anders zou ze nog drukker worden. 
  • vervoeging van begaan: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)
vervoeging van: begaan…
verbogen vorm: begane

begaan

  1. voltooid deelwoord van begaan
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen begaanbeganerbegaanst
verbogen beganebeganerebegaanste
partitief begaansbeganers-

begaan

  1. gepleegd.
    • De begane overtreding wordt bestraft met een boete. 
  2. waarover men gewoonlijk loopt, de verdieping die op straatniveau ligt
    • We liepen op de begane grond. 
  3. emotioneel betrokken
    • Hij was begaan met het lot van de vluchtelingen. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  2. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be