score

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sco·re
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord score scores
verkleinwoord scoretje scoretjes

Zelfstandig naamwoord

score m

  1. het aantal behaalde punten
    Je score voor dit spel is 15 punten.
  2. de puntenverhouding in een wedstrijd
    De score was na twintig minuten nog steeds 1-1.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
scoren

score

  1. aanvoegende wijs van scoren

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

enkelvoud meervoud
score scores

Zelfstandig naamwoord

score

  1. score
  2. twintig, twintigmaal
Afgeleide begrippen