zelf
Uiterlijk
- Geluid: zelf (hulp, bestand)
- IPA: / ˈzɛlᵊf / (1 of 2 lettergrepen)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /zɛɫf/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /zɛlf/
- zelf
[A] zelf [6]
- in eigen persoon, niet een ander
- Zeg nou zelf, zou ik ooit zoiets doen?
- ▸ Dat zegt ook kennisinstituut Deltares, dat in Nederland een grote rol heeft in het onderzoek naar de bodem en water. "Deltares heeft een sterke relatie met de VU. We delen kennis, studenten studeren bij ons af of lopen bij ons stage. En een aantal van onze medewerkers komt daar ook vandaan, heeft daar een gedeelde aanstelling of is gedetacheerd", zegt wetenschappelijk directeur Bart van den Hurk, zelf ook gedetacheerd aan de VU.[7]
- ▸ Zelf moest ik ook erg nodig naar de wc, maar ik durfde na dit verhaal absoluut niet meer naar buiten.[8]
- in tegenstelling met iets anders
- Hij was zelf echter niet geraakt door de kogel.
- Die zich zelf verhoogt, zal vernederd worden
- Kommandeer je hond en blaf zelf
- Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in
je kan het slachtoffer worden van je eigen snode plannen
- Zich zelf kunnen bedruipen
1. in eigen persoon
2. in tegenstelling met iets anders
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelf | zelven |
| verkleinwoord | - | - |
[A] zelf o
- eigen persoon (vaak gebruikt als eerste deel van een samenstelling om aan te geven dat het onderwerp en voorwerp van het tweede deel hetzelfde zijn)
- Mijn zelf is verweven met en wordt gedefinieerd door al het andere dat bestaat. [9]
- (psychologie) besef van identiteit
- Autisme. Het woord is nota bene afgeleid van 'zelf' in het Grieks, en nu zegt een van de belangrijkste autisme-theoretici dat autisten géén zelf bezitten. [10]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zelf | - |
| verkleinwoord | - | - |
[B] de zelf v
- (plantkunde) salie, benaming voor planten uit het geslacht Salvia

- Het woord zelf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zelf" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[11] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "zelf" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ zelf op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ zelf op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron Sven Schaap“Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Zohar, D. (vert. C. Zijlemaker)Quantum-leiderschap: een blauwdruk voor organisaties van de 21ste eeuw (2017) Business Contact, Amsterdam; ISBN 9789047010340; hfst. Kenmerken van het quantum-zelf; geraadpleegd 2018-05-27
- ↑ Santen, H. vanHet zelf is zoek (11 februari 2006) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2018-05-27
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 of 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Aanwijzend voornaamwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Psychologie in het Nederlands
- Plantkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %