sport
Uiterlijk
- sport
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘lichamelijke bezigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
- In de betekenis van ‘trede van ladder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sport | sporten |
| verkleinwoord | sportje | sportjes |
- lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn
- ▸ Al is dit onderzoek inmiddels bijgesteld, een direct verband tussen industrialisering en de modernisering van sport blijft moeilijk vast te stellen.[2]
- ▸ Het makkelijkst is de invloed van industrialisering op sport misschien nog te verklaren op basis van harde cijfers: de toename in productiviteit en inkomen maakte ruimte voor sportieve vrijetijdsbeoefening en de 'passieve' sportliefhebber (en dus een consumentenmarkt voor sport), vooral vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw - dus bijna een eeuw na de eerste industriële productielijnen in het Verenigd Koninkrijk.[2]
- ▸ Sommige fabrikanten zagen sport in hetzelfde licht als een middel tegen oprukkend socialisme, een disciplineringsinstrument om de werkende klasse mee in het gelid te houden.[2]
- spel
- ▸ Voor England was het een sport om zo zuinig mogelijk te leven.[3]
- trede van een ladder
- stoelspaak
|
|
- [1] tak van sport
- [1] een sport maken vantelkens opnieuw doen, alsof je er plezier in hebt
1. lichaamsbeweging
2. trede van een ladder
| vervoeging van |
|---|
| sporten |
sport
- Het woord sport staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "sport" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 "sport" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 3 Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sport | sporte |
- sport
- Leenwoord uit het Engels
sport
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- IPA: /ʃpoːɐ̯t/
- sport
sport
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van sporen
- IPA:
- (VK) /spɔːt/
- (VS) /spɔːɹt/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| sport | sports |
sport
- sport (lichaamsbeweging)
- practice a sport
- een sport beoefenen
sport
sport
- onovergankelijk spelen, zich vermaken
- overgankelijk pronken met (een kledingstuk)
sport
- sport (lichaamsbeweging)
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| sport | le sport | sports | les sports |
sport m
- sport (lichaamsbeweging)
- faire du sport
- aan sport doen
- pratiquer un sport
- een sport beoefenen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sport | sporten |
| verkleinwoord |
- sport
- Leenwoord uit het Nederlands
sport
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
sport
- sport (lichaamsbeweging)
- sport
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| sport | sport |
sport m
- sport (lichaamsbeweging)
- IPA: /spɔrt/
- sport
sport
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- IPA: /spɔrt/
- sport
- Leenwoord uit het Engels
sport m
- sport
sport
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- sport
- Leenwoord uit het Engels
sport m
- sport
sport
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- IPA: /spɔrt/
- sport
- Leenwoord uit het Engels
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | sport | sporty |
| genitief | sportu | sportů |
| datief | sportu | sportům |
| accusatief | sport | sporty |
| vocatief | sporte | sporty |
| locatief | sportu | sportech |
| instrumentalis | sportem | sporty |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Příruční slovník jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Česko-německý slovník Fr. Št. Kotta - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- sport
sport
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- sport
sport
- sport
sport
- (sport) sport (lichaamsbeweging)
- (onderwijs) lichamelijke opvoeding, gymnastiek
- sport
sport
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
sport g
- sport (lichaamsbeweging)
| sports | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | sport | sporten | sporter | sporterna |
| genitief | sports | sportens | sporters | sporternas |
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Sport in het Nederlands
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Sport in het Afrikaans
- Woorden in het Duits
- Woorden in het Duits van lengte 5
- Woorden in het Duits met IPA-weergave
- Werkwoord in het Duits
- Werkwoordsvorm in het Duits
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Sport in het Engels
- Woorden in het Estisch
- Zelfstandig naamwoord in het Estisch
- Sport in het Estisch
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Sport in het Frans
- Woorden in het Fries
- Zelfstandig naamwoord in het Fries
- Sport in het Fries
- Woorden in het Hongaars
- Zelfstandig naamwoord in het Hongaars
- Sport in het Hongaars
- Woorden in het Italiaans
- Woorden in het Italiaans van lengte 5
- Woorden in het Italiaans met audioweergave
- Woorden in het Italiaans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Italiaans
- Sport in het Italiaans
- Onverbuigbaar zelfstandig naamwoord in het Italiaans
- Woorden in het Limburgs
- Woorden in het Limburgs met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Limburgs
- Sport in het Limburgs
- Woorden in het Nedersorbisch
- Woorden in het Nedersorbisch met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersorbisch
- Sport in het Nedersorbisch
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Sport in het Nedersaksisch
- Woorden in het Pools
- Woorden in het Pools met IPA-weergave
- Woorden in het Pools met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Pools
- Sport in het Pools
- Woorden in het Schots
- Zelfstandig naamwoord in het Schots
- Sport in het Schots
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Sport in het Tsjechisch
- Mannelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Onbezield mannelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandig naamwoord in het Veluws
- Sport in het Veluws
- Woorden in het West-Vlaams
- Zelfstandig naamwoord in het West-Vlaams
- Sport in het West-Vlaams
- Woorden in het Wymysoojs
- Zelfstandig naamwoord in het Wymysoojs
- Sport in het Wymysoojs
- Onderwijs in het Wymysoojs
- Woorden in het Zeeuws
- Zelfstandig naamwoord in het Zeeuws
- Sport in het Zeeuws
- Woorden in het Zweeds
- Woorden in het Zweeds van lengte 5
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds
- Sport in het Zweeds