Naar inhoud springen

viel

Uit WikiWoordenboek
  • viel
vervoeging van
vallen

viel

  1. enkelvoud verleden tijd van vallen
    • Ik viel. 
    • Jij viel. 
    • Hij, zij, het viel. 
     Een bepalend moment in mijn leven: nog voor de armagnac bij de koffie vroeg Arend of ik niet voor hem en Casper wilde komen werken, want hun familiebedrijf had inmiddels meer dan honderd gezinnen te onderhouden en op hr-gebied viel er nog veel te verbeteren.[1]
98 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[2]
  1. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • viel

viel

  1. veel, vele,
    «As viel vun eich schunn wisse, der Dr. Martin Luther King hot versucht unsre Gsellschaft zu refermiere.»
    Zoals vele van jullie al weten, heeft Dr. Martin Luther King geprobeerd onze samenleving te hervormen.