viel
Uiterlijk
- viel
| vervoeging van |
|---|
| vallen |
viel
- enkelvoud verleden tijd van vallen
- Ik viel.
- Jij viel.
- Hij, zij, het viel.
- Ik viel.
- ▸ Een bepalend moment in mijn leven: nog voor de armagnac bij de koffie vroeg Arend of ik niet voor hem en Casper wilde komen werken, want hun familiebedrijf had inmiddels meer dan honderd gezinnen te onderhouden en op hr-gebied viel er nog veel te verbeteren.[1]
- Het woord viel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "viel" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- viel
viel
- veel, vele,
- «As viel vun eich schunn wisse, der Dr. Martin Luther King hot versucht unsre Gsellschaft zu refermiere.»
- Zoals vele van jullie al weten, heeft Dr. Martin Luther King geprobeerd onze samenleving te hervormen.
- «As viel vun eich schunn wisse, der Dr. Martin Luther King hot versucht unsre Gsellschaft zu refermiere.»
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %
- Woorden in het Pennsylvania-Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits van lengte 4
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met audioweergave
- Onbepaald hoofdtelwoord in het Pennsylvania-Duits