vergroten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·gro·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van groot met het voorvoegsel ver- of afgeleid van het verouderde werkwoord groten met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergroten
vergrootte
vergroot
zwak -t volledig

Werkwoord

vergroten

  1. overgankelijk groter doen worden
    • De ineenstorting van Wall Street in 2009 vergrootte de werkloosheid enorm. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.