jezuïet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Il Gesù, de moederkerk van de jezuïeten.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • je·zu·iet
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘lid van de Sociëteit van Jezus’ voor het eerst aangetroffen in 1567 [1]
  • Ontleend aan het Neolatijnse Iesuita, een afleiding van Iesus. met het achtervoegsel -iet
enkelvoud meervoud
naamwoord jezuïet jezuïeten
verkleinwoord jezuïetje jezuïetjes

Zelfstandig naamwoord

jezuïet m

  1. een lid van de Sociëteit van Jezus, een rooms-katholieke orde
    • De jezuïeten zijn veelal kritische intellectuelen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen