bel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Bel
bel [1]
bel [3]
bel [4]
bel [7]


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bel
enkelvoud meervoud
naamwoord bel bellen
verkleinwoord belletje belletjes

Zelfstandig naamwoord

bel v

  1. klok, schel, zoemer [1]
    Hij hoorde de bel gaan en liep naar de deur om open te doen.
  2. (jachttaal) Falkenschelle
  3. rond ornament dat op het lichaam aangebracht wordt; oorbel
    Het meisje droeg een mooie parel als oorbel.
  4. (scheikunde) luchtblaas in water, zeepbel [2]
    Een zeepbel ontstaat door de oppervlaktespanning van water.
  5. (geologie) grote hoeveelheid gas in de bodem
    De aardgasbel heeft voor veel welvaart gezorgd in Nederland.
  6. (voeding) groot glas
    Ik dronk een grote bel wijn.
  7. (muziekinstrument) een rond, schaalvormig metalen voorwerp in de vorm van een klok of halve bol al dan niet met klepel, bedoeld om een muzikale klank voort te brengen ter oproep of ten teken
    Wij klingelden met een belletje om aandacht van het personeel te vragen.
  8. (natuurkunde) eenheid van geluidsintensiteit [3]
    In plaats van de bel gebruiken we meestal de decibel als geluidsmaat.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
alarm slaan
de eerste zijn bij eene hachelijke onderneming
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bellen

bel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bellen
    Ik bel.
  2. gebiedende wijs van bellen
    Bel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bellen
    Bel je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord bel belle

Zelfstandig naamwoord

bel

  1. bel, klokje
  2. lel, bijvoorbeeld aan de keel van een kalkoen
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
bel


gebel


volledig

Werkwoord

bel

  1. bellen, aanbellen aan een deur
  2. bellen, opbellen per telefoon


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • bel
Woordherkomst en -opbouw
  • Verkorting van den naam van de Amerikaanse wetenschapper Alexander Graham Bell (1847-1922)
Naar frequentie 28773
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bel         bel      

Zelfstandig naamwoord

bel, g

  1. (eenheid), (natuurkunde) bel (eenheid van geluidsintensiteit)
Afkorting
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen


Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bel

  1. bel
  2. deurbel
Synoniemen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bel
Woordherkomst en -opbouw
  • Verkorting van den naam van de Amerikaanse wetenschapper Alexander Graham Bell (1847-1922)
Naar frequentie 48402
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bel         bel      

Zelfstandig naamwoord

bel, m

  1. (eenheid), (natuurkunde) bel (eenheid van geluidsintensiteit)
Afkorting
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • bel
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] Verkorting van den naam van de Amerikaanse wetenschapper Alexander Graham Bell (1847-1922)
  • [B] Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord bil
m
[A]
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bel         bel      

Zelfstandig naamwoord

[A] bel, m

  1. (eenheid), (natuurkunde) bel (eenheid van geluidsintensiteit)
Afkorting
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
o
[B]
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bel     belet     bel     bela  

Zelfstandig naamwoord

[B] bel, o

  1. ruimte
  2. tussenruimte
  3. poos, tijdje
  4. tijdruimte
  5. tijd, tijdstip
Synoniemen


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Werkwoord: Van het Nederlandse bellen
  • Zelfstandig naamwoord [1]: Van het Nederlandse bel
  • Zelfstandig naamwoord [2]: Van het Nederlandse bil
stamtijd
onbepaalde wijs onvoltooid
deelwoord
voltooid
deelwoord
bel


-
-


gebel


klasse 4 volledig

Werkwoord

bel

  1. bellen, aanbellen
  2. opbellen
Synoniemen



enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  bel     belnan  

Zelfstandig naamwoord

bel

  1. bel
  2. (met een andere uitspraak dan op Curaçao) dij, dijbeen
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: bèl.