affiche

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·fi·che
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanplakbiljet’ voor het eerst aangetroffen in 1823 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord affiche affiches
verkleinwoord affichetje affichetjes

Zelfstandig naamwoord

affiche v/m of o

  1. een vrij fors stuk drukwerk dat op muren of ramen aangebracht kan worden
    • Hij had zijn raam volgeplakt met affiches van alle linkse partijen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen