fles

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Drie oude flessen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fles
enkelvoud meervoud
naamwoord fles flessen
verkleinwoord flesje flesjes

Zelfstandig naamwoord

fles v/m

  1. een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
    • Deze fles bevat bijna een liter wijn. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
flessen

fles

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flessen
    • Ik fles. 
  2. gebiedende wijs van flessen
    • Fles! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flessen
    • Fles je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord fles flesse

Zelfstandig naamwoord

fles

  1. fles