fles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Drie oude flessen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fles
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘glazen vat met nauwe hals’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord fles flessen
verkleinwoord flesje flesjes

Zelfstandig naamwoord

fles v/m

  1. een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
    • Deze fles bevat bijna een liter wijn. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Op de fles gaan
failliet gaan


Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
flessen

fles

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flessen
    • Ik fles. 
  2. gebiedende wijs van flessen
    • Fles! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flessen
    • Fles je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord fles flesse
Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

fles

  1. fles

Meer informatie