helleveeg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[2] Kenau Hasselaer een heldin of een helleveeg?
Uitspraak
Woordafbreking
  • hel·le·veeg
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘feeks’ voor het eerst aangetroffen in 1567 [1]
  • samenstelling met hel [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord helleveeg hellevegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

helleveeg v [3]

  1. (persoon) een verschrikkelijk vervelende vrouw
    • In de kunst mag in principe alles. Dat is goed. De vraag is wel of alles ook altijd móét. In De Helleveeg van A.F.Th. van der Heijden (1951) uit 2013 laat de auteur de moeder van Peter Koelewijn (1940) schijnbaar figureren in de tijd dat Kom Van Dat Dak Af een grote hit was, begin jaren zestig. In het boek wordt ze neergezet als een vrouw die toestond dat er in haar huis abortussen werden uitgevoerd. Bovendien staat er dat het in huize Koelewijn heel erg naar vis stonk. De ouders van Peter Koelewijn hadden toen een viswinkel aan de Heezerweg in Eindhoven.[4] 
  2. een heel flinke vrouw die van aanpakken weet
    • Voor de verkiezingen was ze nog de helleveeg die met haar lage rentebeleid en opkoopprogramma de Amerikaanse economie naar de knoppen had geholpen. Nu was ze ineens zijn lievelingsduif.[5]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen