veel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • veel
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: vele
Oudnederlands: filo
Germaans: *felu
Indo-Europees: *pelu-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: feel, fele (Angelsaksisch: feolo, fela), Duits: viel, (Oudhoogduits: filu, filo), Fries: fel (Oudfries: felo, fele, fel)
Noord: Oudnoords: fjǫl-, IJslands: fjöl-, Faeröers: fjøl-
Oost: Gotisch: filu
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen veel meer meest
verbogen vele/veel (meer) meeste

Onbepaald hoofdtelwoord

veel

  1. groot in hoeveelheid
    • Er was veel regen gevallen. 
  2. groot in aantal
    • Die vele fouten begonnen hem op zijn zenuwen te werken. 
Opmerkingen
  • Zelfstandig gebruikt schrijft men velen voor personen.
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Bijwoord

veel

  1. dikwijls, vaak
    • Een boer werkt veel buiten. 
  2. erg, in grote mate
    • Hij houdt veel van voetbal. 
Uitdrukkingen en gezegden

Werkwoord

vervoeging van
velen

veel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van velen
    • Ik veel. 
  2. gebiedende wijs van velen
    • Veel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van velen
    • Veel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen