drieënhalf
Uiterlijk
- Geluid: drieënhalf (hulp, bestand)
- IPA: / ˌdrijənˈhɑlᵊf / (3 of 4 lettergrepen)
- drie·en·half
- samenstelling van drie en half met het invoegsel -en-
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | drieënhalf |
| verbogen | drieënhalve |
| partitief | drieënhalfs |
drieënhalf
- (breukgetal) de breuk 3½; drie en een half
- Hij is na drieënhalf jaar weggegaan.
- Ik heb drieënhalve kilo aardappelen gekocht.
| Breukgetallen in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| half • anderhalf • tweeënhalf • drieënhalf • vierenhalf • vijfenhalf • zesenhalf • zevenenhalf • achtenhalf • negenenhalf | |||||||||||
- Het woord drieënhalf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 of 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -en- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Hoofdtelwoord in het Nederlands
- Breukgetal in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal