snookeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

een snookeraar is aan het snookeren
Uitspraak
Woordafbreking
  • snoo·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

snookeren

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
snookeren
snookerde
gesnookerd
zwak -d volledig
    • In één van de afleveringen test O'Sullivan uit hoe het zou voelen om in de virtuele realiteit te snookeren. Gewapend met ondermeer een headset gaat 'The Rocket' aan de slag. Op de beelden is te zien hoe O'Sullivan zich voorover buigt voor een shot. [2] 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen