ziekenhuis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekenhuis ziekenhuizen
verkleinwoord ziekenhuisje ziekenhuisjes

Zelfstandig naamwoord

ziekenhuis o

  1. (medisch) instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken
    • Ik word opgenomen in het ziekenhuis. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie