soa

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soa
enkelvoud meervoud
naamwoord soa soa's
verkleinwoord soa'tje soa'tjes

Zelfstandig naamwoord

soa v

  1. (afkorting) (seksualiteit) (medisch) seksueel overdraagbare aandoening
    • Het meisje kreeg een soa toen ze aan onveilige seks deed. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie