lezer
Uiterlijk
- le·zer
- Naamwoord van handeling van lezen met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lezer | lezers |
| verkleinwoord | lezertje | lezertjes |
de lezer m
- iemand die (een bepaald geschrift) leest
- ▸ Op die manier biedt dit boek ook een verfrissende kennismaking met vrijwel elk deelgebied van de sterrenkunde, en maak je als lezer in feite een boeiende reis door de tijd, langs veertig astronomische hoogtepunten.[1]
- ▸ Ik heb geprobeerd een getrouwe presentatie te geven van Nietzsches leven en werk, maar moet de lezer waarschuwen.[2]
- De schrijver neemt de lezer mee op zijn avontuurlijke tocht door de Amazone.
- apparaat dat tekens kan lezen
|
|
- Het woord lezer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "lezer" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑ Paul van Tongeren“Nietzsche” (2020), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048529407 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -er in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %