boosaardig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boos·aar·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van boos en aard met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen boosaardig boosaardiger boosaardigst
verbogen boosaardige boosaardigere boosaardigste

Bijvoeglijk naamwoord

boosaardig

  1. met de intentie om kwaad te doen
    De boosaardige crimineel kon worden ingerekend.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl