tuinbouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tuin·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tuinbouw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tuinbouw m

  1. (tuinbouw) vorm van landbouw die zich specifiek toelegt op het intensief wijze telen van groenten, bloemen, planten, bomen, bollen of zaden
    • Het Westland staat bekend om zijn tuinbouw. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie