twee-eiig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee-ei·ig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van twee en ei met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen twee-eiig
verbogen twee-eiige
partitief twee-eiigs

Bijvoeglijk naamwoord

twee-eiig

  1. uit twee verschillende eicellen voortkomend
    • Zij zijn een twee-eiige tweeling. 
Antoniemen

Gangbaarheid