rapport

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rapport [2]
Een rapport uit 1914.[1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rap·port
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verslag’ voor het eerst aangetroffen in 1476 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord rapport rapporten
verkleinwoord rapportje rapportjes

Zelfstandig naamwoord

rapport o

  1. een schriftelijk bericht of verslag over een gebeurtenis of toestand
     De voorzieningenrechter stelde in juli dat de inhoud van het rapport op twee punten onzorgvuldig was, maar dat de gebreken niet zo groot waren dat het hele rapport onrechtmatig was.[3]
  2. (onderwijs) een schriftelijk bericht over de voortgang op school
    • Als ik een rapport kreeg met allemaal zessen, kreeg ik te horen dat ik harder mijn best moest doen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "rapport" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. rapport op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink Weblink bron Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • rap·port
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

rapport m

  1. opbrengst, inkomsten
    «On cultive la gesse comme les pois, soit au champ, soit au jardin. Son produit est en raison de la qualité de la terre où on la sème ; mais pour qu'elle devienne d'un grand rapport , il faut la placer dans un bon fonds.»[2]
    Pronkerwten worden net als gewone erwten geteeld, op het veld of in de tuin. De productie ervan hangt af van de kwaliteit van de grond waarin ze worden gezaaid; maar voor een grote opbrengst moeten ze wel in goede aarde kiemen.
  2. verslag, rapportage (van ontplooide activiteiten, waarnemingen, enz.)
  3. verband tussen dingen of dingen en mensen
  4. gemeenschappelijkheid, met dat wat men gemeenschappelijk heeft
  5. (sociale) verhouding, betrekking, relatie (tussen mensen)
    1. mv (pregnant) (eufemisme) seksuele relatie
    «Toute femme suspectée d’avoir des rapports avec une autre femme était considérée comme une tribade, comme une fricatrice, car elle usurpait à l’homme le rôle qui procédait du frottement.»[3]
    Elke vrouw die verdacht werd van het hebben van een relatie met een andere vrouw, werd beschouwd als een tribade, een „fricatrice” [d.i. een dominante lesbienne], omdat zij zich de rol van de man toeëigende die voortvloeide uit de wrijving [van de geslachtsdelen].

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron rapport in: Le Trésor de la langue française informatisé (TLFi), Dictionnaire de l’Académie française (1971–1994) op cnrtl.fr
  2. “Cours complet d'agriculture théorique, pratique, économique, et de médecine rurale et vétérinaire, […], ou Dictionnaire universel d'agriculture” (1809), l'Abbé Rozier, tome 3, Paris chez Buisson, chez Léopold Collin & chez D. Colas, p. 580
  3. Georges Zimra “La Passion d’être deux : le sexe ineffable” (1998), Érès, p. 191


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • rap·port
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Frans.

Zelfstandig naamwoord

rapport m

  1. rapport, verslag
    «Den nye naturfagplanen sier at elevene skal gjøre undersøkelser og skrive rapporter
    Het nieuwe plan voor het leervak Natuurwetenschappen zegt dat studenten onderzoeken zullen doen en rapporten zullen schrijven.
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   rapport     rapporten     rapporter     rapportene  
genitief   rapports     rapportens     rapporters     rapportenes  
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • rap·port
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Frans.

Zelfstandig naamwoord

rapport m

  1. rapport, verslag
    «Ein del av dei eldre rapportane er dessverre berre tilgjengelege på nett fordi vi ikkje har fleire trykte originalar igjen.»
    Enkele van de oudere rapporten zijn helaas alleen online beschikbaar, omdat we geen gedrukte originelen meer overhebben.
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   rapport     rapporten     rapportar     rapportane  
genitief                        
Afgeleide begrippen

Verwijzingen