druggebruik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drug·ge·bruik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord druggebruik
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

druggebruik o

  1. het innemen van illegale, verdovende middelen
     Het is voor hun een soort zelftherapie. Ik herken hun emoties, neem zelf ook de nodige bagage mee, zoals druggebruik, de scheiding van mijn ouders. Daardoor zijn ze opener naar mij toe.[1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Met hiphop werken aan je zelfvertrouwen: jongeren in Zwolle geven zich bloot voor de camera van Bram” (8 apr. 2019), Tubantia