barbecueën

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

barbecueën
Uitspraak
Woordafbreking
  • bar·be·cue·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
barbecueën
barbecuede
gebarbecued
zwak -d volledig

Werkwoord

barbecueën

  1. (inergatief) (kookkunst) een maaltijd bereiden op een open vuur in de open lucht, meestal gebruikt men houtskool als brandstof
    - Zullen we vanavond barbecueën?
    - Belangrijkste tip: til nooit ongevraagd de deksel van iemand anders op. Dat heeft alles te maken met de temperatuurbeheersing, zowel van vlees als van vuur; het belangrijkste aspect van barbecueën. Om dat goed te kunnen regelen, is geduld nodig. [1]
Verwante begrippen


Verwijzingen
  1. Sam de Voogt 9 mei 2016 NRC