cheque

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: chèque

Nederlands

cheque
Uitspraak
Woordafbreking
  • che·que
enkelvoud meervoud
naamwoord cheque cheques
verkleinwoord chequeje chequejes

Zelfstandig naamwoord

cheque m

  1. (financieel), (economie) schriftelijke betalingsopdracht waardoor een bedrag via de bank wordt overgeschreven of uitbetaald
Hyponiemen

anticonceptiecheque, ecocheque, bankcheque, betaalcheque, boekencheque, cadeaucheque, condoomcheque, cultuurcheque, dienstencheque, dinercheque, energiecheque, eurocheque, fashioncheque, feestcheque, girocheque, internetcheque, kascheque, kennischeque, kindercheque, leescheque, maaltijdcheque, milieucheque, opleidingscheque, parkeercheque, pilcheque, postcheque, reischeque, rijbewijscheque, sekscheque, stookoliecheque, taxicheque, travellercheque, travellerscheque, vakantiecheque, vormingscheque, waardecheque, zomercheque, zorgcheque

Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • Een blanco cheque krijgen.
    (Zelf mogen bepalen,voor iemand anders, hoeveel men uitgeeft voor een bepaalde zaak)
    carte blanche
Vertalingen

Meer informatie


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • che·que
enkelvoud meervoud
cheque cheques

Zelfstandig naamwoord

cheque m

  1. cheque
    La había visto firmar cheques sobre cuentas inexistentes, apoyar rotundas falsedades, estrechar manos que iba a traicionar. [1]
Synoniemen
  1. talón
Verwante begrippen


Verwijzingen
  1. Arturo Pérez-Reverte, El club Dumas, 1993 (2008 uitg., ISBN 978-84-663-2070-2)