categorisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·te·go·risch
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘onvoorwaardelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1698 [1]
  • Van het Franse catégorique, van het Latijnse categoricus met het achtervoegsel -isch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen categorisch categorischer
verbogen categorische categorischere
partitief categorisch categorischers -

Bijvoeglijk naamwoord

categorisch

  1. betrekking hebbend op een indeling in categorieën
    • De categorische indeling van WikiWoordenboek heeft tot doel de informatie op meer dan een wijze toegankelijk en terugvindbaar te maken. 
  2. in alle toonaarden, met klem
    • Daarop volgde een categorische ontkenning. 
Vertalingen

Bijwoord

categorisch

  1. op categorische wijze
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen