bridge

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Bridge [2] van e-gitaar

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bridge
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord bridge -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bridge o

  1. (kaartspel) een spel gespeeld door vier spelers, verdeeld in twee paren en gespeeld in dertien slagen
    Het spelen van bridge vereist goede samenwerking tussen de partners.
  2. (muziekinstrument) de kam van een elektrische gitaar
    Een bridge met tremolo.
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bridgen

bridge

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bridgen
    Ik bridge.
  2. gebiedende wijs van bridgen
    Bridge!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bridgen
    Bridge je?

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie Wikipedia voor meer informatie.
    A violin bridge

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
bridge bridges

Zelfstandig naamwoord

bridge

  1. (scheepvaart): brug
  2. (muziekinstrument): (onderdeel) de "kam" van een snaarinstrument (strijk- en toetsinstrumenten)