au

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep van pijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573 [1] [2]

Tussenwerpsel

au!

  1. uitroep van pijn
    • Au! Ik stoot net mijn kleine teen. 
Schrijfwijzen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Catalaans

Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse avis.

Zelfstandig naamwoord

au v

  1. vogel


Fijiaans

persoon enkelvoud tweevoud weinigvoud meervoud
1ste au keirau keitou keimami
1ste+2de - kedaru kedatou keda
2de iko kenudrau kemudou kemuni
3de koya rau iratou ira

Persoonlijk voornaamwoord

au eerste persoon enkelvoud

  1. ik


Lets

Tussenwerpsel

au

  1. au (uitroep van pijn)