centraal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Amsterdam Centraal
Uitspraak
Woordafbreking
  • cen·traal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen centraal centraler centraalst
verbogen centrale centralere centraalste
partitief centraals centralers -

Bijvoeglijk naamwoord

centraal

  1. in het midden gelegen
    - Het centraal station van Brussel is zondag aan het eind van de ochtend enige tijd ontruimd geweest op last van de politie.[2]
    - De centrale ligging van Amersfoort maakt het tot een van de meest geliefde woonplaatsen van Nederland.
  2. vanuit één punt bestuurd
    De omzet in de supermarkten is vorig jaar met 4,6 procent gestegen tot 35,9 miljard euro. Een jaar eerder was de omzet nog 34,4 miljard euro. Dat heeft het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) donderdag gemeld.[3]
  3. iets wat heel belangrijk is
    De auto neemt nog steeds een centrale plaats in bij het personen vervoer.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Sjoerd Klumpenaar NRC 19 juni 2016
  3. NRC 23 juni 2016