geschikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schikt
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘aangenaam in omgang, passend’ voor het eerst aangetroffen in 1460 [1]
  • vervoeging van schikken: de stam met omvoegsel ge- -t [2]

Deelwoord

bevestigend
deelwoord
ontkennend
deelwoord
onverbogen geschikt ongeschikt
verbogen geschikte ongeschikte
vervoeging van
schikken

geschikt voltooid deelwoord van schikken

  1. vormt de lijdende vorm
    • De bloemen werden prachtig geschikt. 
  2. vormt de voltooide tijden
    • Hij had zich er niet naar geschikt. 
  3. attributief gebruikt
    • De kunstig geschikte bloemen stonden er prachtig bij. 
  4. bijwoordelijk gebruikt
    • Geschikt en gesproeid was het boeket klaar om afgeleverd te worden. 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geschikt geschikter geschiktst
verbogen geschikte geschiktere geschiktste
partitief geschikts geschikters -

Bijvoeglijk naamwoord

geschikt

  1. met de juiste eigenschappen
    • Die tang is ook geschikt om dikke draden mee door te knippen. 
Synoniemen
Vertalingen

Bijwoord

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen