boos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boos
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen boos bozer boost
verbogen boze bozere booste
partitief boos bozers -

Bijvoeglijk naamwoord

boos

  1. een emotie waarbij men zeer negatief is en men vaak de ander de schuld geeft
    • De ontzettend boze man wist zichzelf in te houden. 
    • Wanneer iemand buitengewoon boos is wordt dat woedend genoemd. 
  2. kwaad, tegen de moraal
    • De Grote Boze Wolf is een bekend spookjesfiguur. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Cornisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Cognaat met het Welsh bwyd en het Bretonse boued.
enkelvoud meervoud
  boos     bosow  

Zelfstandig naamwoord

boos m

  1. (voeding) eten, voedsel, voeding
  2. (voeding) maal, maaltijd
  3. (voeding) proviand