coëfficiënt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·ef·fi·ci·ent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coëfficiënt coëfficiënten
verkleinwoord coëfficiëntje coëfficiëntjes

Zelfstandig naamwoord

coëfficiënt m

  1. (wiskunde) een vermenigvuldigingsfactor van een zeker object. (variabele, vector, functie, differentiaalquotiënt etc.)
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be