Naar inhoud springen

paarden

Uit WikiWoordenboek
  • paar·den

depaardenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord paard
     Toen ik aankwam bij het vuurtje zag ik tot mijn verbazing twee paarden aan een lang touw grazen, met verder niemand in de buurt.[1]
     waar waren hun knappe Van Dycks, hun gemakkelijk te verteren Gainsboroughs, de gespierde, majesteitelijke paarden van Stubbs? Het enige wat ze hier aantroffen, waren modernistische, kleurige penseelstreken, vrouwen die hoofden vasthielden, vrouwen die in elkaar gedoken tussen de scherven van hun potten zaten, een leeuw die op de loer lag, het derde wiel in een tragedie van heiligen uit de renaissance.[2]
vervoeging van
paren

paarden

  1. meervoud verleden tijd van paren
    • Wij paarden. 
    • Jullie paarden. 
    • Zij paarden. 
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704