ouders
Uiterlijk
- Geluid: ouders (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɑudərs / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈʌʊ̯.dərs/, (nevenuitspraak als bijvoeglijk naamwoord) /ˈʌʊ̯.β̞ərs/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈɔʊ̯.dərs/
- (Limburg): /ˈaʊ̯.dərs/
- ou·ders
ouders
- partitief van de vergrotende trap van oud
de ouders mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ouder
- ▸ Wat zeiden je ouders ervan toen je ze vertelde dat je hier ging werken?' 'Mijn ouders?' 'Waren ze trots?' Ik wriemelde met mijn tenen in mijn schoenen.[1]
- ▸ Hoewel ik gewoonlijk niet over mijn ouders sprak, voelde ik me nu toch verplicht om door te gaan.[1]
- ▸ De ouders hadden de kinderen van 10 en 12 na een hoop gedoe voor een halfjaar van school kunnen uitschrijven om gezamenlijk de PCT te lopen.[2]
- Het woord ouders staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ouders" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- 1 2 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %