Naar inhoud springen

ouders

Uit WikiWoordenboek
  • ou·ders

ouders

  1. partitief van de vergrotende trap van oud

deoudersmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ouder
     Wat zeiden je ouders ervan toen je ze vertelde dat je hier ging werken?' 'Mijn ouders?' 'Waren ze trots?' Ik wriemelde met mijn tenen in mijn schoenen.[1]
     Hoewel ik gewoonlijk niet over mijn ouders sprak, voelde ik me nu toch verplicht om door te gaan.[1]
     De ouders hadden de kinderen van 10 en 12 na een hoop gedoe voor een halfjaar van school kunnen uitschrijven om gezamenlijk de PCT te lopen.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be